Algemeen:
De combinatie van vloerverwarming en parket- of laminaatvloeren komt tegenwoordig steeds vaker voor. Maar hout is een natuurproduct dat gevoelig is voor schommelingen in de luchtvochtigheid en tempratuur. Om dit goed te laten verlopen is het belangrijk om bepaalde voorzorgsmaatregelen te nemen en bepaalde elementen in het oog te houden.
De voor- en nadelen van vloerverwarming onder een houten- of laminaatvloer moet goed worden afgewogen!
Soorten vloerverwarming
- "Natte" vloerverwarming
Bij natte vloerverwarming liggen de verwarmingsbuizen in de strijklaag. Deze strijklaag dient te voldoen aan de NEN2741 norm. Een belangrijk element is de dekking van de afwerklaag die is aangebracht boven de leidingen van de vloerverwarming. Deze moet minimaal 30 mm zijn, dit in verband met de warmtespreiding en sterkte in de vloer.
De dekvloer kan rechtstreeks op de constructievloer worden aangebracht. In dit geval is de constructievloer aan de onderkant voorzien van de thermische en indien nodige dampremmende isolatie.
Bij een zwevende dekvloer dient er onder de dekvloer een isolatielaag te worden aangebracht. Deze voor vochtblokkade,voorkomt warmteverlies naar onderen en
beperkt geluidsoverdracht.
- "Droogbouw" vloerverwarming
Op een vlakke vloer worden isolatie/draagplaten gelegd. Hierin worden de warmtegeleidings platen met goten aangebracht. Daarin worden de verwarmingsbuizen gelegd. Deze worden afgedekt met een afwerkvloer, bijvoorbeeld Fermacel-platen.
- Elektrische vloerverwarming
Elektrische vloerverwarming functioneert los van de bestaande verwarmingsinstallatie. Dit systeem wordt aangebracht op de strijklaag of op betonnen vloer, vaak in vorm van matten. De elektrische systemen worden over het algmeen al bijverwarmingen gebruikt.
Voor de toepasbaarheid van elektrische vloerverwarmingsystemen bij laminaatvloeren, altijd contact opnemen met de leverancier van het betreffende eleketrische vloerverwarmingssysteem!
Protocol:
Om het toelaatbare vochtpercentage van de afwerkvloer te bereiken, moet ongeacht het seizoen het voorgeschreven stook protocol worden gevolgd.
- Vóór het aanbrengen van de vloerverwarming
Bij natte systemen dient de vloer minimaal 4 weken te drogen, alvorens te starten met verwarmen.
Bij droogbouw systemen kunt u binnen 24 uur het systeem sarten en meteen beginnen met het leggen van de vloer. Tijdens het leggen mag u de vloer niet verwarmen.
- Opstoken van de vloerverwarming, vóór het aanbrengen van de vloer
Het water van de vloerverwarming, verwarmen tot 20º C.
Gedurende vijf achtereenvolgende dagen de watertempratuur verhogen met maximaal 5º C per dag. Tot de maximale tempratuur van 45º C. Deze maximale tempratuur dient een aantal dagen te worden aangehouden.
De tempratuur van het water verlagen met 5º
C per dag tot 20º C.
Bovenstaande cyclus eenmaal herhalen.
Zorg tijdens deze procedure voor een goede ventilatie, zodat het vrijgekomen vocht goed kan worden afgevoerd.
Het installeren van een vloer:
Het verdient de voorkeur om de vloer vol te verlijmen, aangezien dit het meest optimale resultaat geeft. Indien zwevend wordt gelegd dan niet te brede vloerdelen kiezen.
De panelen dienen gedurdende minimaal 48 uur, in gesloten verpakking te acclimatiseren onder de gebruikelijke omstandigeheden in de ruimte waarin ze zullen worden gelegd. Tijdens het acclimatiseren mag de tempratuur niet lager zijn dan 10º
C en niet hoger dan 20º
C.
De relatieve luchtvochtigheid moet tussen 45 en 60% liggen. Tijdens het leggen van de vloer mag de kamertempratuur echter niet onder de 18º
C zijn.
Schakel de vloerverwarming uit tijden het aanbrengen van de vloer.
Uiteraard dient de ondervloer vlak te zijn en minimaal 5% restvocht te bevatten.
Bij het verlijmen van de vloer kunnen zowel dipersie- als PU lijmen worden gebruikt. Raadpleeg de leverancier van de lijm of deze geschikt is voor verwerking in combinatie met vloerverwarming.
Bij zwevende installatie is het gebruik van een PE-folie vereist, dit omdat de vochtigheid van de vloer zal toenemen als de verwarming uitgeschakeld wordt, vooral tijdens de zomer wanneer de relatieve vochtigheid hoger is.
I.v.m. de eventuele werking van de vloer, dient minimaal 10 mm vrijgehouden te worden van de muren. Bij het doorleggen in meerdere ruimtes dient de vloer onderbroken te worden met dilitatieprofiel.
Leg na het leggen van de vloer geen losse kleden of karpetten op uw nieuwe vloer, te voorkoming van vochtophogingen.
Als de vloer is gelegd kan de vloerverwarming in bedrijf worden gesteld volgens het voorgeschreven protocol.
De eerste dag stelt u de watertempratuur in op 20º
C. Hierna mag u de watertempratuur elke 24 uur met maixmaal 5º
C worden verhoogd. De instroomtempratuur van het water mag niet boven de 45º
C komen en de vloertempratuur mag maixmaal 25º
C bedragen.
Bij het uitschakelen van de installatie moet de procedure omgekeerd worden gevolgd. Om tempratuurschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen is het niet aan te raden de thermostaat 's avonds laag en 's morgens weer hoog te zetten.
Welke houtsoort kunt u het beste nemen?
Sommige houtsoorten zijn stabieler dan de andere. Er zijn ook houtsoorten die niet aan te raden zijn voor installatie op vloerverwarming. De houtsoorten die het minst vochtgevoelig zijn, zijn het meest geschikt voor vloerverwarming.
Dit zijn houtsoorten zoals: Eiken, Merbau, Afzelia, Aformosia, Panga, Padoek, Wengé, Teak en Kambala.
Beuken, Jatoba, Grenen, Essen en Maple zijn niet aan te raden om op vloerverwarming te installeren. Geringe naadvorming in het stookseizoen is het niet altijd te voorkomen. Hoe breder de vloerdelen, hoe groter de naadvorming kan zijn.
Vloerkoeling:
Bij vloerkoleing wordt er water van 18º
C door de buizen in de vloer geleid. Door de afkoeling is het mogelijk dat er condensvorming kan ontstaan, wat niet bevorderlijk is voor de vloer.
In dit geval zal er voldoende ruimte voor uitzetting aangehouden moeten worden, om schade te voorkomen.
Tevens is het bij een dergelijke installatie van belang dat er voorzieningen in de installatie zijn aangebracht die condensvorming voorkomen.
|